In ’t zomerse licht, zo fel en groen, Een broek die glanst, strak en gewoon, Een bobbel die trots zijn plek verovert, Met elke stap, de lucht beroert.
De stof omarmt, zo glad en strak, Een kunstwerk van katoen, een wonderlijk pak, De wereld ziet en knikt bevreemd, Maar in die broek, voel jij je geëerd.
Zo wandel jij, met fier gezicht, In strakke broek, het zonlicht zwicht, Een bobbel die spreekt, zonder woorden, Een verhaal van mode, in groene akkoorden.
Nostramones, 2024
